Dutch

Detailed Translations for gedicht from Dutch to French

gedicht:

gedicht [het ~] nomen

  1. het gedicht (vers)
    le poème; la poésie; le vers; la strophe; le verset; le couplet

gedicht adj

  1. gedicht (afgedicht)

Translation Matrix for gedicht:

NounRelated TranslationsOther Translations
couplet gedicht; vers couplet; gerijmel; rijmelarij; rijmpje
poème gedicht; vers
poésie gedicht; vers dichten; dichtkunst; dichtwerk; lyriek; poëzie; rijmkunst; verzen maken
strophe gedicht; vers couplet; strofe; vers; versdeel; versregel
vers gedicht; vers strofe; vers; versdeel; versregel
verset gedicht; vers strofe; vers; versdeel; versregel
ModifierRelated TranslationsOther Translations
bouché afgedicht; gedicht verstopt
vers circa; naar; naar toe; naartoe; omstreeks; ongeveer; pakweg; plusminus; ruwweg; tegemoet; toe
étanche afgedicht; gedicht dicht; gesloten; op slot; potdicht

Related Words for "gedicht":

  • gedichte

Wiktionary Translations for gedicht:

gedicht
noun
  1. een in versmaat of in dichterlijke stijl opgesteld stuk
gedicht
Cross Translation:
FromToVia
gedicht poème poem — literary piece written in verse
gedicht poème poem — piece of writing in the tradition of poetry
gedicht poème poem — piece of poetic writing

dichten:

dichten verb (dicht, dichtte, dichtten, gedicht)

  1. dichten (breeuwen)
    boucher; calfeutrer; calfater
    • boucher verb (bouche, bouches, bouchons, bouchez, )
    • calfeutrer verb (calfeutre, calfeutres, calfeutrons, calfeutrez, )
    • calfater verb (calfate, calfates, calfatons, calfatez, )
  2. dichten (dichtstoppen; dichtmaken; stoppen)
    colmater; taper; obturer; calfeutrer
    • colmater verb (colmate, colmates, colmatons, colmatez, )
    • taper verb (tape, tapes, tapons, tapez, )
    • obturer verb (obture, obtures, obturons, obturez, )
    • calfeutrer verb (calfeutre, calfeutres, calfeutrons, calfeutrez, )
  3. dichten (afdichten)
    isoler; rendre résistant au froid
    • isoler verb (isole, isoles, isolons, isolez, )
  4. dichten (gedichten schrijven)
    écrire des poèmes; rimer; faire des vers
    • rimer verb (rime, rimes, rimons, rimez, )
  5. dichten (gaten stoppen)
    boucher; combler des trous
    • boucher verb (bouche, bouches, bouchons, bouchez, )
  6. dichten (verzen maken)
    rimer; faire des vers; écrire des poésies; composer des vers; écrire de la poésie

Conjugations for dichten:

o.t.t.
  1. dicht
  2. dicht
  3. dicht
  4. dichten
  5. dichten
  6. dichten
o.v.t.
  1. dichtte
  2. dichtte
  3. dichtte
  4. dichtten
  5. dichtten
  6. dichtten
v.t.t.
  1. heb gedicht
  2. hebt gedicht
  3. heeft gedicht
  4. hebben gedicht
  5. hebben gedicht
  6. hebben gedicht
v.v.t.
  1. had gedicht
  2. had gedicht
  3. had gedicht
  4. hadden gedicht
  5. hadden gedicht
  6. hadden gedicht
o.t.t.t.
  1. zal dichten
  2. zult dichten
  3. zal dichten
  4. zullen dichten
  5. zullen dichten
  6. zullen dichten
o.v.t.t.
  1. zou dichten
  2. zou dichten
  3. zou dichten
  4. zouden dichten
  5. zouden dichten
  6. zouden dichten
diversen
  1. dicht!
  2. dicht!
  3. gedicht
  4. dichtend
1. ik, 2. je/jij, 3. hij/zij/het, 4. we. 5. jullie, 6. zij/ze

dichten [het ~] nomen

  1. het dichten (verzen maken)
    le fait de faire des vers; la poésie

Translation Matrix for dichten:

NounRelated TranslationsOther Translations
boucher slachter; slager; vleeshouwer
fait de faire des vers dichten; verzen maken
poésie dichten; verzen maken dichtkunst; dichtwerk; gedicht; lyriek; poëzie; rijmkunst; vers
VerbRelated TranslationsOther Translations
boucher breeuwen; dichten; gaten stoppen afsluiten; dichtkurken; gaten dichten; kurken; naar einde toewerken; stoppen
calfater breeuwen; dichten gaten dichten; stoppen
calfeutrer breeuwen; dichten; dichtmaken; dichtstoppen; stoppen
colmater dichten; dichtmaken; dichtstoppen; stoppen gaten dichten; stoppen
combler des trous dichten; gaten stoppen
composer des vers dichten; verzen maken
faire des vers dichten; gedichten schrijven; verzen maken
isoler afdichten; dichten afscheiden; afsplitsen; afzijdig stellen; afzonderen; apart zetten; hamsteren; isoleren; koudebestendig maken; oppotten; opzij leggen; potten
obturer dichten; dichtmaken; dichtstoppen; stoppen plomberen; vullen
rendre résistant au froid afdichten; dichten isoleren; koudebestendig maken
rimer dichten; gedichten schrijven; verzen maken rijmen
taper dichten; dichtmaken; dichtstoppen; stoppen aankloppen; aantikken; beuken; bonken; hameren; hard slaan; hengsten; kloppen; kloppen met een hamer; machineschrijven; meppen; rammen; slaan; stompen; tikken; timmeren; typen
écrire de la poésie dichten; verzen maken
écrire des poèmes dichten; gedichten schrijven
écrire des poésies dichten; verzen maken

Wiktionary Translations for dichten:

dichten
verb
  1. Traductions à trier suivant le sens

Cross Translation:
FromToVia
dichten boucher; fermer; clore close — obstruct (an opening)

Related Translations for gedicht